Eilanders onder elkaar (67)

Door Texelse Media
Gepubliceerd: Donderdag 22 Juli 2021, 8:45 uur
568 x bekeken
In aflevering 68 van de wekelijkse tweespraak tussen de eilanden Texel en Wieringen, wijdt Henk uit over de verschillen tussen de dialecten van de eilanden. Elisabeth schrijft over haar Engelse uitspraak en waagt zich aan een flauwe grap.


Elisabeth,
Al een paar keer ben ik hier begonnen over de overeenkomsten tussen jouw Texel en mijn Wieringen. Kortgeleden zijn in dat verband twee mooie boeken uitgekomen. Het ene is geschreven door twee emeritus-hoogleraren en gaat over de geschiedenis van de 25 Nederlandse eilanden, al dan niet voormalig. Het andere boek beschrijft de vergeten eetcultuur van alle Waddeneilanden, van Texel tot en met Fanø in Denemarken en is gemaakt door Lodewijk Dros en Annette van Ruitenburg, hier welbekend. Ik begreep daaruit dat skotwal ook bij jullie werd gegeten. Mijn vader mocht dat woord overigens niet gebruiken van mijn oma. Bruinebonenstamppot vond zij een mooier woord.

Ik las ook nog ergens dat er een boek uit is over het Texels dialect. Bij ons verscheen in 1950 ‘Wieringer land en leven in de taal’, naar een promotieonderzoek van dr. Jo Daan. En wijlen August Pruimboom maakte jarenlang vormvaste verzen in het Wierings, die wij in de Wieringer Courant publiceerden. In een van de Texelse dorpsbladen lees ik wel eens verhalen op sien Tessels. Evenmin als het Wierings is het Texels een geschreven taal. Niet dus. Het Fries wel. Het Limburgs en het Nedersaksisch eigenlijk ook, zij het niet officieel erkend.

Onze dialecten zijn alleen door spraak overgeleverd en door de opkomst van de massamedia en transportmiddelen verwaterd met het Nederlands. Maar wat me opvalt in onze geschreven dialecten is de neiging tot overdrijven. Jullie noemen badgasten toch niet echt bodgoste? En dat met bij ons klinkt als mit komt meer door de nasale manier van spreken dan dat we daadwerkelijk mit willen zeggen. Je ziet ook dat schrijvers willen laten zien hoe onze klinkers klinken, door er allerlei rare accenten boven te zetten. Je kunt het beter maar gewoon horen, denk ik dan.

Het Tessels lijkt veel op het Wierings, maar er zijn ook verschillen. Bij ons is een ij ook vaak een ie. Maar jullie zeggen tied waar wij het, een beetje op zijn Amsterdams, tehd vinden. Bij jullie is blijven bluve en bij ons blieve. Krijgen is bij jullie kregge en bij ons kriege. Ook vind ik de uitdrukkingen op Texel leuk. Als je iemand smakelijk eten wenst, zeg je ‘Met smaak!’ en als je iemand veel plezier gunt, zeg je ‘Plezierig!’ Een sukkel heet op Texel een kloris en wie de boel verwaarloost ‘kijkt er met zijn kont naar’.

Wieringers zeggen voor school skoel. Waar een Texelaar geen woord Engels spreekt, spreken wij er dus altijd nog één. Alhoewel, een Wieringer visser belandde ooit in Newcastle en bestelde daar in een pub ‘twie bier’. Tot zijn verbazing kreeg hij er drie.

Groeten, Henk

Henk,

Mijn kennis van het Texels reikt ongeveer net zover als jij beweert dat het Engels van de Texelaar reikt. Misschien ken ik drie woorden, maar veel meer zal het niet zijn. Wat dat betreft ben ik ook geen echte Texelaar, ik ben hier weliswaar geboren, maar pas de derde generatie is pas echt Texels. Dat gaat bij ons dus niet lukken, Lucas is in het ziekenhuis geboren. Bovendien kun je van alles over zijn vader beweren, maar doen alsof hij Texelaar is gaat niet lukken, denk ik.

Op de middelbare school vond ik mezelf vrij goed in taal. Voornamelijk mijn uitspraak van het Engels; the Queen’s English sprak ik vroeger. En mijn favoriete boek was Pride and prejudice. Mijn moeder heeft een tijdje in Engeland en Frankrijk gewoond, dus mijn uitspraak was echt netjes. De Engelse docenten hoorden mij altijd graag voorlezen. Helaas moet ik toegeven dat er weinig overgebleven is van mijn taalkunsten. Nadat ik een paar maanden in Singapore was geweest, was het al vrijwel klaar met mijn Britse accent. Singlish, niet te verwarren met Simlish, is een vrij bijzondere taal.

Ook Prasaths uitspraak van het Engels is heel anders. Het typisch Indiaas-Engelse accent dat wij kennen, is van mensen die Hindi spreken. Zijn moedertaal is Tamil. Maar dan nog praat hij anders dan andere mensen die ik daar heb leren kennen. Waarschijnlijk omdat hij het Engels niet op school, maar van de televisie en computerspelletjes heeft geleerd. Ook klopten een paar dingen die hij zei, grammaticaal niet. Ik heb hem eindeloos gecorrigeerd, wat dat betreft was ik vast geen prettige partner. ‘Everyone is’ en niet ‘everyone are’, ‘childrens’ is geen woord, en ‘socks’ is meervoud. Ik wilde zo graag netjes Engels blijven spreken, maar soms betrap ik mezelf erop dat ik wat van Prasaths foutjes overneem. En uiteindelijk, als je geen wetenschappelijk artikel aan het schrijven bent, maakt het niemand wat uit, waarschijnlijk. Tenzij ze net zo irritant zijn als ikzelf.

Een van de grappen die mij bijstaan uit de tijd in Singpapore, is deze. Er was een man in het leger in Singapore en zijn leidinggevende vroeg hem om zijn naam. Waarop de man leek te antwoorden: “What happened?” De leidinggevende zei dat er niets was gebeurd, maar dat hij gewoon zijn naam wilde weten. Het antwoord klonk opnieuw: “What happened?” De leidinggevende werd gefrustreerd en zei: “U heeft niets fout gedaan zegt u nou maar uw naam!” En weer: “What happened?’ De leidinggende werd nu een beetje boos en vroeg de man om zijn ID-kaart. Hij maakte zijn excuses, toen hij zag dat de naam van de man Wa Tappen was. Het is er ook zo eentje die je een keer moet horen…

Groeten, Elisabeth
Reacties (0)